Woordverklaring
A
Aanleg (Ressort)
Niveau waarop een geding volledig onderzocht en behandeld wordt. Bepaalde gedingen kunnen twee keer op een zelfde niveau behandeld worden.
Aanmatiging van ambten (Usurpation de fonctions)
Zich zonder enig recht een functie toeëigenen.
Aanzegging van een beslag (Dénonciation d'une saisie)
Kennisgeving van een afschrift van een beslag aan een partij.
Schoolvoorbeeld is de aanzegging van een beslag onder derden. Aangezien dat laatste beslag verricht wordt bij een derde (de derde-beslagene, bijvoorbeeld de werkgever van de schuldenaar), spreekt het voor zich dat dit beslag aan de schuldenaar moet aangezegd worden.
Andere aanzeggingen van beslagen moeten soms gedaan worden wanneer een of ander persoon er belang bij heeft te weten dat het beslag werd verricht.
Advocaat (Avocat)
Medewerker van het gerecht die de rechtsonderhorigen raad geeft in juridische zaken. Hij kan ze in rechte vertegenwoordigen of bijstaan. Zie www.advocaat.be en www.avocat.be.
Afstand van geding (Désistement)
Prijsgeven van Dénoncement au droit de pouvoir ester en justice.
Algemene rol (Rôle général)
Openbare lijst ter griffie van voor een gerecht aanhangig zijnde zaken.
Anatocisme (Anatocisme)
Kapitalisatie van vervallen intresten waarbij die intresten op hun beurt ook intresten opleveren.
Arrest (Arrêt)
Rechterlijke beslissing van een hoge instantie, bijv. het hof van beroep, het arbeidshof, de raad van state, het grondwettelijk hof.
Authentieke akte (Acte authentique)
Akte opgemaakt in een wettelijke vorm door openbare ambtenaren (notarissen, rechters, gerechtsdeurwaarders).
B
Bericht van delegatie (Avis de délégation)
Bericht opgemaakt na een delegatie en neergelegd met het oog op een eventuele latere raadpleging.
Bericht van loonsoverdracht (Avis de cession de salaire)
Bericht opgemaakt na een loonsoverdracht en neergelegd met het oog op een eventuele latere raadpleging.
Beslag (Saisie)
Een door een gerechtsdeurwaarder verrichte maatregel op de goederen van de schuldenaar op vraag van de schuldeisende partij om de rechten van laatstgenoemde te waarborgen.
Beslagbericht (Avis de saisie)
Bericht opgemaakt na een beslag en neergelegd met het oog op een eventuele latere raadpleging.
Beslag onder derden (Saisie-arrêt)
Beslag gedaan op een schuldvordering die de schuldenaar ten aanzien van een derde heeft (bijvoorbeeld het beslag bij de werkgever op het salaris van de schuldenaar).
Bevel tot betalen (Commandement de payer)
Exploot van de gerechtsdeurwaarder waarmee de schuldenaar wordt aangemaand zijn schuld te betalen alvorens het beslag te kunnen verrichten.
Bewarend beslag (Saisie conservatoire)
Beslag waardoor het vrije beschikkingsrecht ten aanzien van de in beslag genomen goederen aan de schuldenaar wordt onttrokken, en dit om de belangen van de schuldeiser te beschermen. De schuldenaar blijft uiteraard eigenaar van de in beslag genomen goederen maar kan er niet meer over beschikken (hij zal ze bijvoorbeeld niet meer kunnen verkopen).
C
Collectieve schuldenregeling (Règlement collectif de dettes)
Procedure voor de arbeidsrechtbank met het oog op het herstel van de financiële situatie van een particulier met schuldoverlast.
D
Dading (Transaction)
Overeenkomst waarmee de partijen een bestaand geding beëindigen of een toekomstig geding vermijden.
Dagvaarding (Citation)
Strikte betekenis. Een door de gerechtsdeurwaarder betekende akte waarmee hij een partij inlicht dat zij wordt opgeroepen voor het gerecht. Die akte vermeldt datum en uur van de oproeping alsook de motieven waarop de vordering in rechte wordt gegrond.
Ruime betekenis. Elke vorm van oproeping voor een rechtbank verricht door een exploot van een gerechtsdeurwaarder of op een andere manier (bijvoorbeeld door middel van een verzoekschrift).
Dagvaardingstermijn (Délai de citation)
Na te leven termijn tussen de oproeping voor het gerecht en de zitting voor de rechter zelf. Die termijn moet de opgeroepen partij in staat stellen haar verdediging voor te bereiden en haar verschijning voor de rechter te organiseren.
Delegatie (Délégation)
Relatie tussen drie partijen X, Y et Z.
X heeft een schuldvordering ten aanzien van Y en Y heeft een schuldvordering ten aaanzien van Z.
De delegatie bestaat erin dat men aan Z beveelt rechtstreeks aan X te betalen.
X wordt "delegataris" genoemd.
Y wordt "delegant" genoemd.
Z wordt "gedelegeerde" genoemd.
Deposito-en Consignatiekas (Caisse des dépôts et consignation)
Instelling die exclusief te deponeren gelden en waarden ontvangt en teruggeeft, en dit op basis van een wettelijke bepaling of een rechterlijke beslissing. Zie http://depositokas.be.
Derdenrekening (Compte tiers)
Rekening, in de regel van een vrije beroepsbeoefenaar, bestemd voor de gelden van derden.
Derdenverzet (Tierce opposition)
Rechtsmiddel ter beschikking van een partij die niet aan het proces heeft deelgenomen.
Dwangbevel (Contrainte)
Administratieve akte opgesteld door de administratie en die dienst doet als uitvoerbare titel, bijvoorbeeld in het domein van de indirecte belastingen.
Dwangschrift (Contrainte)
Opdracht door de administratie aan een gerechtsdeurwaarder gegeven met het oog op de uitvoering van een uitvoerbare titel (uitvoerbaar kohier) die de administratie heeft opgesteld.
Dwangsom (Astreinte)
Bijkomende veroordeling tot betaling van een geldsom ten aanzien van een hoofdveroordeling. Die bijkomende veroordeling kan slechts tussenkomen indien niet aan de hoofdveroordeling werd voldaan. De hoofdveroordeling kan niet bestaan uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, maar moet een partij veroordelen om iets te doen of niet te doen.
E
Evenredige verdeling (Distribution par contribution)
Verplichte door de gerechtsdeurwaarder georganiseerde procedure ingevolge de realisatie van een uitvoerend beslag op roerend goed of een uitvoerend beslag onder derden.
F
Feitelijkheid (Voie de fait)
Ernstige inbreuk op een fundamenteel recht dat door een gerechtelijke overheid gesanctioneerd zal kunnen worden.
G
Gerechtelijke reorganisatie (Réorganisation judiciaire)
Procedure onder de controle van de rechtbank van koophandel met betrekking tot een handelaar en zijn schuldeisers met het oog op de sanering van de financiële situatie van de onderneming van die handelaar.
Gerechtelijk arrondissement (Arrondissement judiciaire)
Rechtsgebied dat overeenkomt met dat van de rechtbank van eerste aanleg. De gerechtsdeurwaarder oefent zijn ambt uit in het gerechtelijk arrondissement waarin hij benoemd is, en hij is gehouden er zijn kantoor te vestigen.
Gerechtelijke intrest (Intérêt judiciaire)
Door de rechter in de rechterlijke beslissing toegekende intrest, meestal vanaf de datum van de oproeping voor de rechter tot de betaling van de som.
Gerechtsdeurwaarder (Huissier de justice)
Openbaar ambtenaar die verschillende taken heeft. Hij brengt proceshandelingen ter kennis van de partijen. Hij wordt belast met de uitvoering van uitvoerbare titels. Hij kan eveneens materiële vaststellingen verrichten.
Gerechtskosten (Dépens judiciaires)
Kosten van een proces die wettelijk vastgesteld zijn en die algemeen gezien worden voorgeschoten door de vragende partij om uiteindelijk ten laste gelegd te worden van de verliezende partij.
Gezag van het rechterlijk gewijsde (Autorité de la chose jugée)
Elke rechterlijke beslissing heeft gezag van het rechterlijk gewijsde ten aanzien van het voorwerp van die beslissing (het gevorderde, de oorzaak van het gevorderde, de partijen en hun hoedanigheden). Dit gezag van het rechterlijk gewijsde verhindert dat de vordering opnieuw wordt ingesteld.
H
Hervatting van geding (Reprise d'instance)
Vervanging van een procespartij ingevolge haar overlijden of een wijziging aangaande haar staat of hoedanigheid.
Hoedanigheid (Qualité)
Verband tussen een partij en haar recht met betrekking tot hetwelk zij in rechte treedt.
Hoger beroep (Appel)
Rechtsmiddel dat toelaat een geding, dat al in eerste aanleg werd behandeld, door een hogere instantie te laten beoordelen.
Huisvredebreuk (Violation de domicile)
Betreden van een woning van particulieren zonder wettelijke reden.
J
Juridische bijstand (Aide juridique)
Elke bijstand ten aanzien van de rechtsonderhorige met het oog op de bescherming van zijn rechten.
K
Kadaster (Cadastre)
Officiële inventaris van onroerende vermogenselementen (huizen, terreinen, velden, weiden,...) Zie http://fiscus.fgov.be/interfakrednl/Taken/kadaster.htm.
Kandidaat gerechtsdeurwaarder (Candidat huissier de justice)
De gerechtsdeurwaarder stagiair die geslaagd is voor de homologatieproef draagt de titel van kandidaat-gerechtsdeurwaarder. Hij kan bijgevolg een gerechtsdeurwaarder titularis vervangen.
Kapitalisatie van de intresten (Capitalisation des intérêts)
Het feit de vervallen intresten bij het kapitaal te voegen, bij het bedrag dat de intresten heeft voortgebracht.
Kracht van gewijsde (Force de chose jugée)
Algemeen gezien gaat iedere beslissing in kracht van gewijsde zodra zij niet meer voor verzet of hoger beroep vatbaar is.
Kruispuntbank van de sociale zekerheid (Banque-carrefour de la sécurité sociale)
Openbare instelling belast met het verzamelen en uitwisselen van gegevens per elektronische snelweg met het oog op de verbetering van de werking van de sociale zekerheid.
Kruispuntbank van ondernemingen (Banque-carrefour des entreprises)
Een register dat alle basisgegevens van ondernemingen en hun vestigingseenheden opslaat. De kruispuntbank neemt de gegevens op van het rijksregister van rechtspersonen, van het handelsregister, van de BTW en van de RSZ.
L
Lichamelijk goed (Bien corporel)
Goed dat materieel bestaat, bijvoorbeeld een kast, een tafel, een stoel.
Loonsoverdracht (Cession de salaire)
Overdracht van schuldvordering met het salaris als voorwerp.
M
Minnelijk (Amiable)
Men zegt dat een akkoord of een regeling minnelijk is indien ze verkregen werden door middel van "verzoening" van de tegenstanders waardoor alleszins een proces kan vermeden worden.
N
Nietigheid (Nullité)
Kenmerk van een akte dat niet voldoet aan de wettelijke geldigheidsvoorwaarden en waardoor de akte verdwijnt alsof ze nooit heeft bestaan.
Notaris (Notaire)
Openbaar ambtenaar belast met het ontvangen of opstellen van aktes en contracten waaraan hij authenticiteit en vaste datum verleent.
O
Onderhandse akte (Acte sous seing privé)
Dit is een akte die wordt opgemaakt door de partijen zelf, dus zonder tussenkomst van een openbaar ambtenaar.
Onlichamelijk goed (Bien incorporel)
Goed dat niet echt een materieel bestaan heeft, maar dat desalniettemin een economische waarde heeft, bijvoorbeeld de auteursrechten.
Onroerend beslag (Saisie immobilière)
Beslag op onroerend goed.
Onroerend goed (Bien immobilier ou bien immeuble)
We kunnen praktisch gezien onthouden dat het gaat om een goed dat men materieel gezien niet verplaatsbaar is (bijvoorbeeld een huis, een terrein, een veld, een beeld in een nis) of om de rechten die hierop betrekking hebben.
Openbaar ambtenaar (Officier public)
Persoon aan wie een functie werd toegekend die verbonden is aan de openbare dienst van de rechtsbedeling; hij maakt aldus deel uit van de gerechtelijke orde. In die context heeft die persoon van de publieke overheid de bevoegdheid gekregen om die functie op onafhankelijke wijze te vervullen.
Openbare verkoop (Vente publique)
Verkoop voor het grote publiek meestal georganiseerd door een notaris of een gerechtsdeurwaarder.
Overdracht van schuldvordering (Cession de créance)
Relatie tussen drie partijen X, Y en Z.
X heeft een schuldvordering ten aanzien van Z.
De overdracht van schuldvordering bestaat erin dat X zijn schuldvordering overdraagt aan Y. Z zal dus verbonden zijn ten aanzien van Y.
X wordt "cedant" genoemd.
Y wordt "cessionnaris" genoemd.
Z wordt "gecedeerde" genoemd.
Overschrijving (Transcription)
Hernemen van een akte in het register van de hypotheekbewaarder met het oog op de tegenwerpelijkheid van die akte.
P
Proceshandeling (Acte de procédure)
Rechtshandeling in het kader van een geding.
Proces-verbaal van niet-bevinding (Procès-verbal de carence)
Proces-verbaal opgemaakt naar aanleiding van een beslag op roerend goed waar de gerechtsdeurwaarder vaststelt dat de ter plekke aangetroffen goederen onbeslagbaar zijn of onvoldoende waarde hebben met het oog op een eventuele realisatie.
Proces-verbaal van vergelijking (Procès-verbal de récolement)
Door de gerechtsdeurwaarder verricht beslag van overgeslagen roerende goederen en zaken daar waar al een beslag werd gedaan, en dit op basis van het eerste proces-verbaal van beslag dat de beslagene en de beslaglegger moeten overleggen.
Provisie (Provision)
Een voorschot, bijvoorbeeld gevraagd door de gerechtsdeurwaarder om aan de kosten van latere procedureaktes te kunnen voldoen.
R
Rechtsbekwaamheid (Capacité juridique)
De mogelijkheid om bepaalde rechten en plichten te hebben.
Rechtshandeling (Acte juridique)
Handeling waaraan door het geldende recht bepaalde rechtsgevolgen worden verbonden.
Rechtsmiddel (Voie de recours)
Wettelijke procedure om een rechterlijke beslissing te hervormen.
Rechtsmisbruik (Abus de droit)
Een zodanige uitoefening van een recht die klaarblijkelijk de grenzen van een normale uitoefening van dat recht niet naleeft. 't Is te zeggen dat degene die het recht uitoefent dat niet doet op de manier waarop een voorzichtig persoon het normalerwijs zou uitoefenen.
Rechtspersoon (Personne juridique)
Persoon die geen natuurlijk persoon is en die desalniettemin als houder van rechten en verplichtingen aan het rechtsverkeer deelneemt. Rechtspersoonlijkheid wordt bij wet verkregen.
De nationale kamer van gerechtsdeurwaarders is bijvoorbeeld een publiekrechtelijk rechtspersoon krachtens artikel 549 van het Gerechtelijk wetboek.
Redelijke termijn (Délai raisonnable)
Beginsel van goede rechtsbedeling waarbij de medewerkers van het gerecht hun werkzaamheden volgens een passend ritme moeten verrichten (niet te snel en niet te traag).
Respijttermijn (Délai de grâce)
Termijn die de schuldeisende partij of de rechter aan de schuldenaar toestaat met het oog op de betaling van de schuldvordering.
Roerend beslag (Saisie mobilière)
Beslag op roerend goed.
Roerend goed (Bien mobilier ou bien meuble)
We kunnen praktisch gezien onthouden dat het gaat om een goed dat materieel gezien verplaatsbaar is (bijvoorbeeld een wagen, een tafel, een stoel) of om de rechten die hierop betrekking hebben.
S
Samenloop (in het uitvoeringsrecht) (Concours (dans le droit d'exécution))
Juridische toestand die ontstaat wanneer verschillende schuldeisende partijen hun rechten op dezelfde goederen van de schuldenaar uitoefenen met het oog op de recuperatie van hun schuldvorderingen.
Schuldbekentenis (Reconnaissance de dette)
Geschrift waarmee een partij zich ten aanzien van een andere partij verbindt tot betaling van een som geld of een andere zaak.
Sekwester (Séquestre)
Bewaargeving, in handen van een derde, van een zaak waarover een geschil bestaat.
Subrogatie (Subrogation)
Het feit dat een persoon of een zaak juridisch gezien de plaats inneemt van een andere persoon of zaak.
T
Tergend en roekeloos geding (Demande téméraire et vexatoire)
Vordering in rechte die kennelijk onontvankelijk, ongegrond of overbodig is, en die aldus een schadevergoedende veroordeling in hoofde van de verzoekende partij kan opleveren.
U
Uitvoerbare titel (Titre exécutoire)
Akte (gerechtelijke beslissing, notariële akte, akte uitgaande van een publieke overheid) die gedwongen ten uitvoer gelegd kan worden.
Uitvoerend beslag (Saisie exécutoire)
Beslag met het oog op de realisatie van de in beslag genomen goederen om aldus te komen tot betaling van de schuld.
V
Vaste datum van een akte (Date certaine d'un acte)
Datum die tegenstelbaar is ten aanzien van personen die de betrokken akte niet hebben ondertekend. De datum van een authentieke akte is zeker, alsook de datum van een geregistreerde akte.
Verjaring (Prescription)
Manier waarop een recht wordt verworven of uitdooft door het verloop van een bepaalde tijdsspanne. Er bestaan oorzaken van stuiting en schorsing van de verjaringstermijn.
Verstekvonnis (Jugement par défaut)
Vonnis uitgesproken tegen een partij die niet verschenen is.
Vervaltermijn (Délai de déchéance)
Termijn waarbinnen een proceshandeling moet worden gesteld.
Verzet (Opposition)
Rechtsmiddel dat een partij, tegen wie een verstekvonnis werd verleend, kan instellen bij de rechter die het betrokken vonnis heeft gewezen.
Verzoekschrift (Requête)
Inleidende akte neergelegd ter griffie. Het verzoekschrift kan slechts tussenkomen in de gevallen door de wetgever bepaald.
Verzoening (Conciliation)
Méthode de résolution de litiges pacifique.
Volmacht (Procuration)
Bevoegdheid om rechtshandelingen te stellen in naam van een ander persoon. "Volmacht" duidt tevens op het geschrift waarmee die bevoegdheid wordt verleend.
Voorrecht (Privilège)
Zakelijk Zekerheidsrecht door de wet aan de schuldeisende partij toegekend, en dit omwille van de aard van de schuldvordering.
W
Wettelijke intrest (Intérêt légal)
Intrest waarvan de voet bij wet wordt vastgesteld. Hij heeft onder meer belang voor de toepassing van artikel 1153 van het Burgerlijk wetboek.
Witwassen van geld (Blanchiment d'argent)
Strafbare handelingen met betrekking tot vermogensvoordelen die uit een misdrijf zijn verkregen. Zie www.ctif-cfi.be.
Z
Zwarigheden bij de tenuitvoerlegging (Difficultés d'exécution)
Geschillen die ontstaan ter gelegenheid van de tenuitvoerlegging en die onderworpen kunnen worden aan de beoordeling van de beslagrechter.
Nationale kamer van Gerechtsdeurwaarders van België