Ga naar de pagina-inhoud

Minnelijke invordering via gerechtsdeurwaarder

Gezien de socio-economische rol van de gerechtsdeurwaarder heeft de minnelijke invordering altijd al deel uitgemaakt van zijn takenpakket.

Hij beschikt echter niet over een monopolie op dit vlak. Advocaten en incassokantoren kunnen ook overgaan tot de minnelijke inning van een vordering.

Maar waaruit bestaat deze invordering nu precies? Het gaat erom de debiteur officieel te herinneren aan zijn betalingsverplichting en hem aan te manen de betaling uit te voeren binnen een gegeven termijn; bij niet-betaling kan de schuldeiser beslissen hem in rechte te dagvaarden.

Die herinnering gebeurt onder de vorm van een ingebrekestelling (aanmaningsbrief) en vormt een ultieme poging om een minnelijke de betaling te bekomen.

Men zou bij wijze van voorbeeld kunnen denken aan huurachterstallen, een factuur voor water, gas, of elektriciteit, voor onbetaalde medische zorgen, voor de aankoop van een consumptiegoed,...

De tussenkomst van de gerechtsdeurwaarder biedt een meerwaarde. Dankzij zijn kennis van het socio-economische gebeuren, kan hij de schuldeiser exact informeren over de solvabiliteit van de schuldenaar, over de reële mogelijkheden tot inning alsook over de opportuniteit van een eventuele inleiding in rechte. Verder biedt de gerechtsdeurwaarder verdere dienstverlening zo het geschil voor de rechter zou gebracht worden, aangezien hij de verplichte partner is indien er wordt gedagvaard in rechte, voor de betekening van het verkregen vonnis en voor de eventuele gedwongen uitvoering ervan.

Wanneer de debiteur een consument is, wordt toepassing gemaakt van de wet van 20 december 2002, gewijzigd door de Economische herstelwet van 27 maart 2009. De gerechtsdeurwaarders moeten daar (net zoals de advocaten en de incassokantoren) bepaalde specifieke verplichtingen eerbiedigen met betrekking tot de inningsrechten, de verplichte vermeldingen in de aanmaningsbrief, en de voorwaarden om een huisbezoek te verrichten.

De consument wordt aldus beschermd. In dat raam mogen de kosten immers niet meer ten laste van de debiteur gelegd worden; enkel bedragen overeengekomen in het onderliggende contract in geval van niet-naleving van de contractuele voorwaarden kunnen ten laste gelegd worden (art. 5 van de wet van 20 december 2002).